Home Historie
Historie
Historie artikel 1
dinsdag, 09 april 2013 20:45

Test van het eerste historie artikel

 
Verhalen en anekdotes van oud/leden, opgeschreven door Henk Hendrix
donderdag, 13 mei 2010 19:02

Op voorstel van Bernard Driessen is de “oude garde” van de Harmonie uitgenodigd om

                              verhalen over vroeger

op te halen met de bedoeling om deze voor de toekomst vast te leggen.

Aanwezig   op dinsdag 5 april 2005.

Martien v.d. Brandt      Sef Claessen                Mathieu Corbey            Bernard Driessen

Henk Hendrix               Pierre Keiren                Vic Keltjens                 Noud Rütten               

Piet Smits                    Mart Teluy                   Mathieu Vergeldt         Leo Verheijen

Ook uitgenodigd maar niet aanwezig:             Piet Bergs                    Leo Clabbers               

Leo van Deelen            Chr. Donners               Jan Keltjens                 Piet van de Pasch        

Harie van de Pasch      Thei Rutten                  Twan Smits                  Guus Teluy                 

Deze zullen voor een volgende sessie worden uitgenodigd, evenals:   Sraar Achten               

Frans v.d. Brandt         Ton Brouwers               Marc Clabbers              Jan Coenders              

Chr. Dik                       Jos Driessen                Sef Keiren                    Sraar Lenssen             

Dirk van de Pasch        Bert Philipsen               Albert v Helden           Piet van Horck

Frans Hoeijmakers       Ben Keltjens                Fried Keltjens               Paul Keltjens

Frans van den Brandt woont dan wel in Namen (B) maar zijn broer Martien zegt dat hij wel vaker in Lottum komt, al is het maar om een zak kunstmest te halen bij de Boerenbond.

 

Op 25 oktober ’05 was de volgende bijeenkomst.

Van de 38 genodigden waren aanwezig:

 

Sraar Achten                Martien v.d. Brandt      Leo Clabbers                Sef Claessen

Chr. Donners               Bernard Driessen         Jos Driessen                Henk Hendrix

Paul Keltjens                Fried Keltjens               Harie v.d. Pasch1         Noud Rütten

Leo Verheijen 

 

Het onderstaande is een samenvatting van beide bijeenkomsten. 

 

Pierre Keiren heeft enkele van de boeken meegebracht die hij heeft aangelegd over de Harmonie. Het oudste is het originele eerste notulenboek, het begint met de oprichtingsvergadering en het huishoudelijk reglement van juni 1851. De historie van Lottum –Graafschap Gelre, de families van Wylich en van Lottum wordt aangestipt. Er is ooit een mars gecomponeerd voor Lottum. Keiren heeft daar de directiepartituur van. Wordt tijd dat die op het repertoire komt. 

 

Ter sprake komen dan de zaken die niet in notulen en verslagen zijn vastgelegd.

 

 

DIRIGENTEN.

 

Vroeger sprak men de dirigent aan met ‘directeur’. Geen van de aanwezigen heeft een voorganger van Felten meegemaakt. Deze was beroepsmuzikant bij de huzaren (geweest). Pierre Keiren vertelt dat voor Felten een andere beroepsmuzikant, Winia , korte tijd dirigent is geweest. Na hem –in de dertiger jaren, crisistijd- heeft Dietz uit Tienray gedirigeerd. Hij kwam per fiets naar Lottum en deed dat gratis, want Lottum was een Harmonie, alle andere gezelschappen in de buurt waren fanfares. Hij was een zoon van de bekende Constant Dietz.

 

Onderdirecteur was in de tijd van Felten Sef Keltjens (van de Post, grootvader van Paul en Fried Keltjens, overgrootvader van Noortje Dijks). Na hem was dat Sef Smits (vader van huidig bestuurslid Piet Smits). Deze mannen dirigeerden de zaterdagse repetitie en leidden de leerling-muzikanten op.

 

In de tijd van Sef Keltjens gebeurde dat in een speciaal leeggeruimde kamer bij Gradus Coenders of in de harmoniezaal. Noten lezen en zingen, driekwartsmaat en vierkwartsmaat. ’n Heel jaar lang. Ook muzikanten hadden vaak leerlingen onder hun hoede. De leerlingen speelden dan de oefeningen voor die Sef had opgeven.

 

Sef Smits dirigeerde ook eens bij een muziekfeest in Grubbenvorst. Onderweg had hij een dirigeerstokje gesneden uit een ligusterheg. Die hadden zijn voorkeur. Evenals een goede sigaar. Die hield hij dan ook gewoon in de mond tijdens de uitvoering.

 

Voor veel mensen heel gewoon, maar er waren er ook die vonden dat dat niet kon. Je had in die tijd zelfs mensen die vonden dat als hij onderweg bij het brood bezorgen eens moest plassen, er bij de heg gelegenheid moest zijn om de handen te wassen. Sef zat daar niet mee. Ook niet om het paard een klap op z’n kont te geven met een roggebrood dat hij net in z’n handen had. Het paard werd toch elke morgen geborsteld?

Hij was met bezorgen eens bij Teluy en klaagde over zijn gezondheid. Hij zei, als ik op de hurken ga zitten dan kom ik niet meer overeind. Hij ging op de hurken zitten en inderdaad, als de mannen hem niet overeind hadden getrokken dan zat hij er nu nog.

Voor de tamboers was de leiding en opleiding in handen van (Ingder)Hand Lenssen uit Houthuizen.

Van hem wonen momenteel geen kinderen of kleinkinderen in Lottum. Hij gaf de leerlingen een sigaret als ze goed getromd hadden. 

Felten.

Het was geen gemakkelijk heerschap. Hij kwam ’t liefst met de buslijn Venlo – Nijmegen want hij woonde ergens in Venlo Noord. Die stopte aan de overkant van de Maas. Dus als de pont uit de vaart was met hoog water moest hij eerst naar het station Venlo om de buslijn Venlo - Venray te nemen. Dat kreeg het bestuur dan wel te horen. Na afloop van de repetitie moest hij per auto naar huis worden gebracht door iemand van het bestuur die een auto had tot hij er ruzie mee kreeg. Later door taxi Verstraaten maar daar kreeg hij ook ruzie mee. Daardoor is Verstraaten van de

harmonie af gegaan. Martien van den Brandt heeft in de tijd dat hij in de kazerne Blerick in militaire dienst was daardoor wel de repetities kunnen blijven volgen: met de bus naar Lottum en met de dirigenttaxi terug naar Blerick. Voor de leerlingen kon hij vervelend zijn. Hij vroeg aan de groep kruizen en mollen te benoemen. Alleen Dirk van de Pasch kende ze, de rest had er nog nooit van gehoord. Hij stuurde ze allemaal naar huis met de boodschap ‘je hoeft niet terug te komen voor dat je ze kent’. Op school vroeg muziekmeester Janssen hoe het kwam dat er eentje was die ze wel kende. Hij zei, dat heeft mijn broer Harie me geleerd. Toen Jan van Dijk (van schoesters Funs) de eerste keer met een instrument op les kwam zei Felten: “Jij bent dus de zoon van Funs van Dijk? Laat maar eens horen wat je kunt.” Jan was zo zenuwachtig dat hij geen noot kon blazen. Toen joeg Felten hem naar huis. Theo van Horck had een Cor maar wilde graag trombone spelen. Felten ging daar niet op in. Theo had geen zin om de Cor verder te gaan en stopte er mee.  

Felten rookte Egytische sigaretten, Turmac, en hielp dus mee om de lucht op de bühne blauw te houden. In de winter als de voorkant met schotten werd afgezet en de dikke kolomkachel aan was kon je nauwelijks meer zien wie er wel of niet was.

Hay van Deelen rookte doorlopend pijp. Als er moest worden ingezet nam hij eerst een flinke haal en begon dan te spelen, de rook kronkelde uit de saxofoon. Hij was technisch erg goed, kon goed ‘veel noten maken’. Als je hem door de week trof klaagde hij altijd over pijn in zijn ribbenkast. “Ik goj kepot, ik verrek van de penspien”

Frans Coenders uit Houthuizen speelde bariton of tuba; als hij ooit eens een verkeerde ventiel indrukte begon hij aan de vingers te trekken en te draaien, hij had ooit met zijn hand in de dorsmachine gezeten. Vandaar.

Voor er op concours werd gegaan gingen Gradus Coenders en Chrit Donners in de kelder onder de bühne luisteren hoe hard de maat mee getikt werd. Dat mocht alleen met de teen in de schoen. Daar hebben alle achtereenvolgende dirigenten op gewezen.

Weerts

Na Felten kwam Weerts.

Hij tikte de maat op het knie van de leerling, onderwijl dikke wolken blazend uit zijn pijp.

Fried Keltjens, Leo Verheijen, Sef Claessen, Bernard Driessen hebben zo les van hem gehad.

Hij was een van de top-dirigenten in die tijd.

Nico van de Kronenberg (de Kroeën) volgde Weerts op

Hij vertelde altijd sterke verhalen. ( Dat is ierlijk waor ni gelaoge)

“Trompetgeluid dempen hebben we wel eens gedaan door de trompet in de beker van de bas te laten spelen.” Tegen Wagemans: “ Wa Sjeng ? “ Sjeng: “Dat kan good … ni waor zien.”

In Lomm hadden ze bij de zwarte Ruiter een danszaal gebouwd, dat had al genoeg geld gekost dus was een orkestje inhuren veel te duur. Hij ging naar een pianoleraar in Arcen om les te nemen. Wanneer wil je beginnen met de lessen? Het zit zo, komende zondag is het kermis en dan wil ik zelf dansmuziek maken.

Hij had ’n keer felrode bretels aan, speciaal de jas uitgetrokken dat het op zou vallen en nog had niemand iets gezegd. “Zaet d’r now neemes wat ovver mien neej bretels?”

Hij droeg soms ’n pak van een neef uit Duitsland, veel te groot, ’t leek wel of het was opgehangen in plaats van aangetrokken.

Hij was ook dirigent van het zangkoor in Arcen. De hele mis had hij een bromtoon gehoord. Later pas zag hij dat de organist ’n baspedaal als voetsteun gebruikte.

Hij kon een concert “verkopen” aan het publiek. In Düsseldorf speelden we in de Hofgarten, tamboer Geert Huys moest een aantal maten solo spelen, dat kondigde hij aan als iets geweldigs. Geert rammelde op alle trommels en deksels die er stonden en het publiek hield niet op met klappen en na afloop kwamen ze om een handtekening.

In de Smetenhof met ongeveer de slechtste akoestiek die je kunt verzinnen moesten we een concert geven, van de Kronenberg vertelde dat het geweldig mooi was wat we gingen brengen, het klonk verschrikkelijk en de oma’s klapten zich de handen bijna stuk.

Vic Keltjens zei tegen hem “Ik vind het toch echt kunst om dat zo te verkopen” Zei Kroonenberg “Ik heb toneelschool gehad”

Martien van Well moest een stukje voorspelen, dat lukte niet zo goed. “út velt taege wa Martien? “ zei de Kroeën . “Jao” zei Martien “ôs ok” zei de Kroeën. “Hedde wal geblaoze van de waek?” Martien: “Jao waal” de Kroeën: “In de soep zeker!”

Met Nico waren we in Amsterdam voor de landelijke wimpel, we mochten spelen in het concertgebouw. Hij wees op de namen aan de wand en zei tegen ons: “Zuusse dat, moeij wa: Mozart - Bach – Beethoven – Brahms – Kroonenberg - ….”

De baritonsax van Henk Hendrix was uit de bus gevallen toen de chauffeur de bagageklep open maakte. Er waren diverse kleppen scheef, hij was onbespeelbaar. Ook een muziek-instrumentmaker die er toevallig aanwezig was kon de verbogen stangen niet recht krijgen. Iedereen was overstuur, ook Kroonenberg. Pierre Keiren zei later tegen hem: “Wat zag je bleek toen je de trap af kwam”. Hij antwoorde “ik ben helemaal niet van een trap afgekomen”.

Er is toen geen wimpel uitgedeeld. Er moesten minimaal 300 punten worden gehaald en we hadden er maar 296 gekregen. Onze concurrent Purmerend kreeg er maar 250. Achteraf werd gezegd dat de jury die paar punten er wel bij had gedaan als ze hadden geweten dat we die pech hadden met de baritonsax. Overigens: op het laatste moment kreeg Henk Hendrix een baritonsax te leen van een beroepsmuzikant die door een ander gezelschap was ingehuurd en van onze pech had gehoord. De meeste leden zaten toen al op het podium en wisten niet beter dan dat het instrument kapot was en zaten in de zenuwen. Dat kwam de uitvoering niet ten goede.